Blind date
Lees de volledige interviews uit De Standaardbijlage van 10 maart 2011. Deze bijlage focust op de volgende vier premières van dit seizoen (Apocalyps Wauw (14+), Prinses Turandot (4+), Door de bomen het bos (12+) en Caligula (16+)) en gaat een maker telkens in gesprek met iemand uit zijn doelgroep.
BLIND DATE: Simon De Vos (29) in gesprek met Martha Claeys (16)
Caligula wordt een voorstelling voor iedereen vanaf 16 jaar. Hoe was regisseur Simon De Vos, toen hij zelf 16 jaar was? Wat waren zijn dromen, verlangens en angsten? Hoe goed wist hij toen al wat hij wilde in het leven? En hoe staat een 16-jarige anno 2011 in het leven?
BLIND DATE: Simon De Vos (29) in gesprek met Martha Claeys (16)

Simon: Toen ik 16 was, ging ik naar Sint-Barbara, een streng Jezuïetencollege in Gent. Ik herinner me dat ik vrij radicaal was op die leeftijd. In vriendschap eiste ik een onvoorwaardelijkheid, maar ook politiek gezien was ik heftig. Ik zat op een school waar veel jongens naartoe gingen die behoorden tot een rijke, Franstalige elite en ik kwam uit een Volksunie nest. Ik wilde rebelleren tegen die rijke Franse klasse, waardoor ik weinig genuanceerd de Vlaams-nationalistische kaart trok. Toen klonk het zeer aannemelijk, maar ondertussen zijn mijn politieke ideeën geëvolueerd. Radicaliteit maakt nog altijd deel uit van hoe ik in mekaar zit. Maar ik ben een pak genuanceerder geworden.
Martha: Ik zit in het vijfde middelbaar in Groenhout, een linkse school in Berchem. Mijn ouders zijn allebei actief bij Groen!. Hun ideeën zijn ondertussen ook mijn ideeën geworden en ik sta daar helemaal achter. Bijna al mijn klasgenoten stemmen links. Ik moet hen niet echt overtuigen, maar als iemand zegt dat hij socialist is, dan discussieer ik met hem over die keuze. Ik probeer wel over te brengen waarom ik voor Groen! kies, maar niet zo radicaal als jij in jouw tijd, denk ik. Al probeer ik mijn vrienden wel te laten delen in mijn enthousiasme. Onlangs las ik De verborgen geschiedenis van Donna Tartt. Ik was daar zo vol van dat ik iedereen wilde verplichten om dat ook te lezen. Het is moeilijk om uit te leggen, maar dat boek heeft mijn leven veranderd.
Simon: Ik was daar ook heel erg door gepakt. Vreemd, want eigenlijk gaat het over een selecte groep elitaire studenten die zich distantieert. Net datgene waar ik mij lang tegen verzet heb. Ik vond het romantisch om literatuur op het leven toe te passen. En dat is wat de hoofdpersonages in De verborgen geschiedenis bijna letterlijk doen.
Martha: Het is een dik boek, maar het heeft al die bladzijden nodig om het verhaal te laten ontwikkelen. Ik vind het mooi dat je ondervindt hoe hun vriendschap verbrijzeld wordt door wat ze gedaan hebben.
Simon: Ik was op mijn zestien ook fel met taal en literatuur bezig. In het vijfde middelbaar heb ik samen met vier anderen het schooltijdschrift Rubicon opgericht. Slecht boekje trouwens (lacht). We recenseerden theater en we bespraken literatuur. De keuze om later Germaanse te studeren is daar heel organisch uit voortgevloeid.
Martha: Ik vind het moeilijk om nu al te beslissen wat ik wil verder studeren. Ik heb een aantal opties: geschiedenis, moraalwetenschappen, wijsbegeerte of kunstwetenschappen. En misschien wil ik ook wel auditie doen voor een theateropleiding.
Simon: Grappig, ik had net dezelfde studieopties op mijn lijstje. Voor mij sloten die allemaal nauw bij elkaar aan.
Martha: Ik vind net dat het vier totaal verschillende richtingen zijn. Daarom is die keuze zo moeilijk. Misschien moet ik nog eens nadenken over Germaanse. (lacht)
Simon: Dat is een diploma waar je alles en niets mee bent. Je kan er alle kanten mee uit. Ik heb een vraag voor jou. Heb jij de indruk dat de jeugd vandaag de dag conservatiever is?
Martha: De generatie van mijn ouders heeft zwaar moeten vechten voor hun vrijheid. Mijn generatie is zo los opgevoed en zo vrijgevochten dat die vrijheid soms averechts werkt. Klasgenoten hebben gesprekken over het feit dat ze bijvoorbeeld hun kinderen streng willen opvoeden. Ik ben daar totaal niet mee bezig, maar zij blijkbaar wel. Ik vind mezelf niet
conservatief, ik vind dat ik de vrijheid die ik krijg op de juiste manier gebruik. Ik heb wel het gevoel dat de jeugd luier is geworden, of passiever. Dat er minder engagement is.
Simon: De vraag is natuurlijk of dat de laatste jaren veranderd is.
Martha: Als jij vertelt over je schoolkrant die je hebt opgericht, getuigt dat toch van engagement?
Simon: Dat is waar, maar in mijn klas zaten evenveel gasten die niet geïnteresseerd waren in de wereld rondom hen. Ik denk dat het moeilijk te generaliseren is. Het heeft vooral met je persoonlijkheid te maken.
Martha: Het is nu gemakkelijk om televisie te kijken of achter je computer te gaan zitten en niets te doen, om lege dingen te bekijken en alles zomaar te laten binnenkomen. Er wordt veel voorgekauwd waardoor we zelf niet meer op zoek moeten. Dat remt ons engagement af.
Simon: Is er minder om voor te vechten dan vroeger?
Martha: Ons leven is makkelijker en daardoor moet je minder vechten, ja.
Simon: Misschien verwar ik conservatisme met het feit dat angst een grotere drijfveer geworden is in onze samenleving. Heeft dat met onzekerheid te maken?
Martha: Volgens mij vertrouwen we door die angst enkel nog op onszelf. En daardoor worden die vrijheden veel gevoeliger. Maar eigenlijk heb ik het over dit soort dingen niet vaak met mijn vrienden.
Simon: Waar praten jullie dan wel over? Over vriendjes?
Martha: Nee, dat was twee jaar geleden . Ik zit nu in een grijze zone tussen puberteit en volwassenheid, eigenlijk best leuk. Die stomme puberteit is achter de rug, maar toch heb ik nog niet de volle verantwoordelijkheid van het volwassen zijn. Ik word losgelaten door mijn ouders en ik mag alles en moet (bijna) niets. Ik heb alle mogelijkheden om alles te doen met mijn leven. Ik ga regelmatig babysitten, ik beheer mijn eigen geld. 
CALIGULA
Martha: Wie is Caligula voor jou?
Simon: Een jonge gast met een zeer interessante filosofie en ideologie, maar die door allerlei omstandigheden – zijn geliefde sterft – besluit om vanaf nu strict zijn logica te volgen dat alles in het leven willekeurig gebeurt. Zijn logica impliceert dat hij kiest voor het ‘hier en nu’ en het leven effectief beleeft, volgens een pure willekeur. Je kan straks buitenstappen en onder de tram terechtkomen. Dat is pure willekeur. Caligula gaat dat werkelijk beleven. Voor mij impliceert dat een enorme passie voor het leven. Ik vind dat heel mooi. En het intrigeert me hoe een 16-jarige daar mee om zal gaan.
Martha: Mijn leerkracht heeft altijd gezegd dat Caligula ziek in zijn hoofd was.
Simon: Hij had inderdaad migraine, maar dat bedoel je waarschijnlijk niet? Historisch zijn er verschillende misvattingen over hem. Zijn logica, dat alles willekeurig is, impliceert dat er doden vallen. De één na de ander gaat eraan. Op een bepaald moment laat hij alle waarden en normen vallen en kijkt hij wat er over blijft. Hij vraagt zich af wat de essentie van het leven is, wat ‘zijn’ essentie is.
Martha: Is dat niet net wat ons onderscheidt van de dieren? Dat wij wel normen en waarden hebben?
Simon: Volgens mij is het verschil tussen dieren en mensen het laagje cultuur. Maar dat is er zo afgepeld. En dat is wat Caligula doet. Hij pelt dat flinterdun laagje dat we nodig hebben eraf en laat zien wat er overblijft: de mens in zijn naakte waarheid. Ik wil graag dat het publiek sympathie heeft voor Caligula (lacht). Terwijl hij al vrij snel criminele feiten pleegt. Hij sluit de graanschuren omdat hij wil beslissen over hongersnood of niet en hij vermoordt de één na de andere. Hij wordt op het einde ook vermoord. Dat is van in het begin duidelijk. Je zou alles dus zien als een geënsceneerde zelfmoord.
Martha: (twijfelend) Die man is toch ziek? Ik vind het interessant om te zien wat er gebeurt als er één man vanuit een willekeur beslist over het lot van miljoenen anderen, maar dat is toch ontoelaatbaar.
Simon: Ik vrees dat je niet ziek hoeft te zijn om te doen wat Caligula doet.
BLIND DATE: Wim De Wulf (54) in gesprek met Nassim Aayad (12)
Door de bomen het bos wordt een voorstelling voor iedereen vanaf 12 jaar. Hoe was theatermaker Wim De Wulf toen hij zelf 12 jaar was? Wat waren zijn dromen, verlangens en angsten? Hoe goed wist hij toen al wat hij wilde in het leven? En hoe staat een 12-jarige anno 2011 in het leven?
Wim De Wulf (54) in gesprek met Nassim Aayad (12)

Wim: Ik was 12 jaar in 1968, lang geleden dus. Mijn belangrijkste bezigheid was theater maken. In het tuinhuis hadden mijn broers en zussen een theatertje gebouwd en daar zaten we godganse dagen te repeteren en te spelen. Twee jaar ervoor hadden mijn broer en ik meegespeeld in een theatervoorstelling in de schouwburg in Gent en die ervaring was mij enorm goed bevallen. Na het einde van die reeks voorstellingen kwam ik huilend thuis omdat het afgelopen was en zei ik tegen mijn moeder: “Ik wil toneel doen.” En ik ben nooit meer van gedachten veranderd. Ik voetbalde natuurlijk ook graag in die tijd en ik vond het fijn om met de fiets rond te koersen en kattenkwaad uit te halen. Ik ben de oudste van zeven kinderen, een heel ‘gezelschap’ om het zo te zeggen. Dat zorgde sowieso voor de nodige ambiance. Op school vond ik alleen de taalvakken fijn. Ik was niet goed in wiskunde en wetenschappen.
Nassim: Ik haat Frans en wiskunde. Het liefste doe ik Lichamelijke Opvoeding en Nederlands omdat ik graag ontspannende boeken en horrorverhalen lees. Ik vind dat tof omdat het altijd overdreven is. Omdat ik weet dat het fictie is, maakt het me niet bang. Later wil ik graag informaticus worden. Dan kan ik mensen hun computers maken en nieuwe software installeren. Ik ben graag met computers bezig.
Wim: Dat is toevallig. Ik heb als onderzoek voor deze voorstelling op verschillende jongerenforums gesurft en gechat onder een valse naam omdat ik wilde weten wat voor soort taal jullie gebruikten en waarover jullie praten. Ik vond het beangstigend hoe makkelijk je je kan uitgeven voor iemand anders. Ik ben 54, maar ik zei dat ik 14 was. In Door de bomen het bos zitten drie scènes die daarover gaan. Ik mag niet teveel verklappen, maar het gaat over iemand die onder een valse naam chat met iemand die hij kent en dat zorgt voor een pak moeilijkheden.
Nassim: Ik chat al sinds mijn 8 jaar, maar nooit met mensen die ik niet ken. Meestal chat ik met de mensen van mijn vorige school. Dan vraag ik hoe het gaat met hen en of er nog iets spannends gebeurd is. Ik praat liever via de computer dan in het echt. Achter de computer heb ik meer tijd om na te denken over wat ik ga zeggen of vragen. In het echt maakt me dat soms zenuwachtig.
Wim: Dat is ook de reden dat mensen zich in e-mails veel sneller kwaad maken. Dat is helemaal anders dan wanneer je elkaar in de ogen kan zien.
Nassim: Mijn broer is nu 20 en heeft mij leren chatten en mij een account gegeven voor msn, netlog en facebook.
Wim: Er is op korte tijd veel veranderd. Mijn vader is bijna 17 jaar dood. Als hij nu zou terugkeren, zou hij niets meer herkennen van de manier waarop wij communiceren en de woorden die wij gebruiken: mail, internet, sms, youtube, chat, gsm … In Door de bomen het bos spreekt Marie, een oude dame, elke dag tegen haar overleden echtgenoot. Op een bepaald moment zegt ze: “Als ik u zou vragen of ge mijn e-mail hebt gekregen, ge zou niet weten wat ik bedoel. En stel dat ge zou weten wat het is, dan zouden ze daarboven waarschijnlijk toch geen internetverbinding hebben.”
Nassim: Ik heb altijd geweten dat er internet en gsm bestond, maar mijn eigen gsm gebruik ik niet veel. Ik vind het veel fijner om te thaiboksen. Dat is een vechtsport die uit Thailand komt. Je mag je vuisten, ellebogen, knieën en benen gebruiken, maar je mag niet krabben of bijten. Als je met je been tegen het lichaam van de ander springt, moet je dat wel goed timen, want anders springt die misschien opzij en dan val je zelf op de grond. Ik ben graag fysiek bezig.
Wim: Toen ik 12 was, vond ik muziek heel belangrijk. Lady Madonna van The Beatles was de eerste single die ik kocht. Maar ik was ook fan van Bob Dylan en Boudewijn De Groot, artiesten naar wie ik nu nog altijd graag luister. In die periode leerde ik ook gitaar spelen. Het eerste nummer dat ik speelde tot mijn familie er gek van werd was Et moi et moi van Jacques Dutronc. Dat speel ik nog altijd.
Nassim: Ik luister graag naar R&B. Usher en James Brown vind ik goed. 2pac ook, maar dat is meer rap. De teksten van de nummers zijn voor mij heel belangrijk. Mijn vrienden zijn meer met de beat van de muziek bezig. Het tofst vind ik de nummers die over het leven op de straat gaan. Muziek is iets dat ik zelf heb ontdekt, daar heeft mijn oudere broer niets mee te maken.
Wim: Door de bomen het bos speelt zich af in een kleine stad waar iedereen elkaar kent. Alles vertrekt vanuit Marie waarover ik daarstraks vertelde, die oude madam. Zij heeft nog 24 uur vooraleer haar overleden man haar komt halen. Wat zou jij de laatste 24 uur van je leven willen doen?
Nassim: Ik zou genieten van alles wat ik dan nog tegenkom. En ik zou zeker nog willen skydiven en benjijumpen. Ik wil graag nieuwe landen ontdekken, Amerika en Dubai bijvoorbeeld. Op het internet heb ik gezien hoe mooi Dubai is.
Wim: Is reizen iets dat jouw ouders jou hebben meegegeven?
Nassim: Niet echt, nee. We gaan elk jaar op reis, maar altijd naar mijn familie in Marokko. Dat is fijn hoor, want ik heb een goede band met mijn familie, maar ik wil graag ook andere landen zien.
Wim: Ligt Dubai dicht bij Marokko?
Nassim: Ik denk van niet. Maar dat moet ik opzoeken op het internet.
BLIND DATE:Judith Vindevogel (47) in gesprek met Ruben Hellemans (5)
Prinses Turandot wordt een voorstelling voor iedereen vanaf 4 jaar. Wat weet regisseur Judith Vindevogel nog van toen zij zelf 4 jaar was? Wat vond ze fijn en wat maakte haar bang? En hoe staat een kleuter anno 2011 in het leven?
BLIND DATE/Judith Vindevogel (47) in gesprek met Ruben Hellemans (5)
Judith: Ik was thuis de oudste. Ik heb nog één broer en één zus. Die zijn nog altijd jonger dan ik, maar ze zijn niet meer echt klein.
Ruben: Ik heb nog een klein broertje. Hij heet Jesse en is bijna twee jaar. Ik heb ook huisdieren. Mijn poes heet Tuur, mijn schildpadden heten Busticket en Rosalie en mijn konijn Nucy. Eigenlijk heette die Lucy, maar ik kon dat vroeger nog niet zeggen en dan zei ik een ‘n’ in plaats van een ‘l’. En nu heet ze voor altijd Nucy.
Judith: Heb jij een lievelingsdier?
Ruben: Een leeuw, denk ik.
Judith: Heb je de film van De leeuwenkoning dan gezien?
Ruben: Ja, ik vond die heel mooi, maar soms was het griezelig en dan werd ik bang.
Judith: Ik had vroeger veel schrik om te gaan slapen. Omdat het dan donker werd en ik me helemaal alleen voelde.
Ruben: Als ik moet gaan slapen, laat mijn mama het licht aan. En omdat mijn kleine broer nu mee in mijn kamer slaapt, ben ik niet meer bang. En mama leest ook altijd een verhaaltje voor. Dat is het allerfijnste van de wereld. Ik kan nog niet lezen, maar ik ken wel al een paar letters en ik kan mijn eigen naam al schrijven
Judith: Vind je het ook fijn om naar muziek te luisteren?
Ruben: Ja, vooral bij mijn oma. Dan luisteren we naar Peter en de Wolf. Dat is een beetje klassiek, maar dat is niet erg.
Judith: Ga je graag naar school?
Ruben: Ja, want ik zit bij juf Marleen.
Judith: Heb je er veel vriendjes?
Ruben: Lola is mijn vriendin. Maar die is niet echt, dat is een pop, onze klaspop. In het echt speel ik het liefst met Wannes. Hij is een beetje wild en kan niet goed stilzitten. Daarom ligt hij soms op de mat. Maar hij danst en turnt ook graag, net zoals ik.
Judith: Het liefste wat ik vroeger deed, was in de tuin spelen.
Ruben: Jaaaaaaaa, mijn mama en papa hebben niet zo’n grote tuin, maar in de tuin van oma kan ik goed voetballen. Dan kan ik oefenen want ik wil later graag voetballer worden. Of prins. Ik heb thuis een prinsenpak met een cape en een kroon.
Judith: Wil je dan ook graag trouwen met een prinses?
Ruben: Nee.
Judith: Waarom wil je dan graag een prins zijn?
Ruben: Omdat een prins alleen maar vecht als het nodig is. En omdat hij sterk is, maar niet té sterk.
Judith: Wil jij soms je haar laten groeien?
Ruben: Niet echt lang, maar wel langer dan nu. Vorig jaar waren er luizen in de klas en heeft mijn mama al mijn haar moeten afscheren. Het is nu nog altijd aan het groeien. Dat duurt lang omdat ik krulletjes heb.

Judith: Zijn er dingen die je niet graag lust?
Ruben: Ik lust bijna alles, maar het liefste eet ik broccoli of bloemkool. Ik eet ook graag vlees, maar mijn kleine broer is een echte vleesmaniak. Die vist altijd eerst al het vlees uit zijn bord.
Judith: En je lievelingsfruit? Lust je peer?
Ruben: Ja.
Judith: Aardbei?
Ruben: Niet zo graag.
Judith: Citroen?
Ruben: Dat is voor in de thee.
Judith: Het spannendste moment vroeger toen ik een kind was, vond ik de nacht voor Sinterklaas kwam. Heb je hem vorige keer gezien?
Ruben: Ik heb hem een hand gegeven en toen ik op zijn schoot zat, kietelde zijn baard in mijn oor. Maar ik vind hem lief, want hij heeft mij een ridderpak gegeven.
Judith: En je had al een prinsenpak?
Ruben: Ik heb veel kostuums, want ik vind het fijn om me te verkleden.
BLIND DATE: Tine Reymer (36) in gesprek met Sarah Acheik (14)
Apocalyps Wauw van de Kakkewieten wordt een voorstelling voor iedereen vanaf 14 jaar. Hoe was Tine Reymer, actrice, zangeres en Kakkegriet, toen zij zelf 14 jaar was? Wat waren haar dromen, verlangens en angsten? Hoe goed wist ze toen al wat zij wilde in het leven? En hoe staat een 14-jarige anno 2011 in het leven?
BLIND DATE: Tine Reymer (36) in gesprek met Sarah Acheik (14)

T: Toen ik 14 was, zat in het derde middelbaar in Vita et Pax, een strenge katholieke nonnenschool in Schoten. Ik ging niet graag naar school en zag het nut van veel vakken zoals wiskunde, chemie en fysica totaal niet in. Ik wist toen al dat ik die kennis nooit zou gebruiken. Taal vond ik fijner. Achteraf gezien had ik me waarschijnlijk beter gevoeld op een kunsthumaniora. Ik was wel plichtsbewust en werkte hard, maar vooral omdat het moest.
S: Ik zit nu in het derde middelbaar in Sint-Maria in Antwerpen en volg sinds een maand ‘Publiciteit en etalage’. Daarvoor volgde ik Sociaal-Technische Wetenschappen, maar dat was veel te theoretisch. Nu krijg ik meer praktijk. Ik ben nieuw in de klas. Ik heb er niet echt vriendinnen, maar ik kom met iedereen goed overeen. Met één meisje, dat net zoals ik thuis Frans spreekt, ben ik net iets closer. Na mijn middelbare studie zou ik iets kunnen doen met reclamefolders of stripverhalen, maar ik weet nog niet wat ik later wil worden. T: Ik denk dat er veel jongeren zijn die dat op hun 14 nog niet weten. Ik ging vanaf mijn 8 jaar naar de muziekschool, al wist ik toen nog niet of ik er verder in wilde gaan. In het middelbaar word je geacht om na te denken over je studierichting. Dat is toch veel te snel! Ik lag toen ook in de knoop met mezelf door mijn puberteit.
S: Ik zit er nu middenin, maar ik heb er niet echt last van. Mijn oudste zus is 20 en zegt dat ik me ouder maak dan ik ben. Misschien is dat juist mijn puberteit. Mijn zus speelde op haar 14 nog met knikkers. Mijn jongere broer is 12 en mag meer dan dat ik op die leeftijd mocht. Maar ik heb niet het gevoel dat ik tegen alles en iedereen wil rebelleren. De enige discussies met mijn ouders gaan over school. Ik kan niet studeren, ik vind dat moeilijk. Ik heb dat al proberen uit te leggen aan mijn leerkrachten, maar dan zeggen ze: “Pak maar een boek en maak een samenvatting”. Maar hoe kan ik een samenvatting maken als ik niet weet hoe ik dat moet doen? Ook mijn ouders begrijpen dat niet.
T: Ik herinner mij veel discussies thuis omdat ik redelijk streng werd opgevoed. Ik was zeker niet de gemakkelijkste dochter. Er was een tijd dat ik elke avond huilend in slaap viel omdat ik me zoveel vragen stelde. Wat gebeurt er als ik volwassen ben? Kom ik dan een man tegen? Gaan mijn borsten nog groeien? … Ik was wel al eens verliefd geweest, maar ik had nog niemand gekust. Anderen uit mijn klas wel. Toen was ik er helemaal van overtuigd dat ik abnormaal was.
S: Als ik tegen de jongens in mijn klas zeg dat ik nog maagd ben, lachen ze mij altijd uit en zeggen ze: ‘Klein kindje’.
T: Dat is toch stoere jongenspraat?
S: Ja, maar ze zeggen het wel. Ik vind het raar dat je op je 14 geen maagd meer bent. Het gaat al snel genoeg. Ik zou nu al mogen uitgaan als ik dat zou willen, maar ik heb daar geen zin in. Ik ga winkelen of wandelen met mijn oudste zus. Zij is ook mijn beste vriendin. Ik mag trouwens nog niet binnen in een discotheek. Anderen uit mijn klas doen dat wel. Ik zit liever op mijn kamer met mijn vriendinnen.
T: Ik mocht niet uitgaan op mijn 14. Ik was trouwens toch te verlegen.
S: Ik ben niet verlegen. Ik kom op voor mezelf, maar ik heb niet echt dromen. Ik zit in een voetbalploeg van vriendinnen en ik ben veel met mode en met mijn haar bezig. Regelmatig doe ik op school het haar van mijn klasgenoten want ik heb altijd een stijltang bij. Ik ben vooral met het uiterlijk van anderen bezig.
T: Dan zou je misschien styliste kunnen worden, iemand die voor modebladen kleren bijeen zoekt, mensen aankleedt en zegt wat hen het beste staat?
APOCALYPS WAUW
T: Houdt het einde van de wereld je bezig?
S: Ja, maar dat heeft te maken met het feit dat ik moslim ben. Ik denk dat ik al dood ga zijn wanneer de wereld ophoudt te bestaan.
T: Ben je met je eigen dood bezig?
S: Ik denk daar niet graag aan omdat ik weet dat ik geen perfect persoon ben.
T: Niemand is toch perfect. Heb je daarom meer angst om dood te gaan?
S: Soms vergeet ik één van mijn gebeden te bidden. Ik bid elke dag. Ik heb dat nodig om stil te staan bij het leven. Zonder mijn geloof ben ik niets. Ik was niet zo, maar mijn gelovige vriendinnen hebben mij overtuigd. Mijn ouders zijn praktiserend moslim, maar ze hebben mij nooit verplicht. Nu geeft mijn geloof me kracht.
T: Wie is God voor jou?
S: De man die mijn vader en de aarde heeft gemaakt. Allah heeft goed nagedacht toen hij ons maakte. Onze wenkbrauwen dienen tegen het zweet en onze wimpers vermijden stofjes in onze ogen.
T: Ik ben gelovig grootgebracht, maar ik ben daar tegenin gegaan omdat ik niet begreep wat ze predikten. Daarom voed ik mijn kinderen ook niet in één geloof op, omdat elke geloofsovertuiging voor mij over hetzelfde gaan.
S: Ik zal proberen om mijn kinderen in de islam te laten geloven, maar ik zal hen goed uitleggen waarom. De meeste ouders geven geen informatie waardoor de kinderen afhaken. Je kan niet geloven in iets waarvan je de inhoud niet kent.
T: Wil je graag kinderen?
S: Ja en dan voed ik ze streng op. Mijn ouders hebben de fout gemaakt om mij alle vrijheid te geven omdat zij die vrijheid zelf niet hebben gekregen. Daarom mag ik laat op straat. Dan zijn er alleen maar rare mensen buiten en gebeuren er wel eens foute dingen. Mijn eigen kind zou dat niet mogen omdat ik weet wat de gevolgen zijn.
T: Bij mij is dat juist andersom. Ik ben streng opgevoed, maar ik wil mijn dochters wel alle vrijheid geven. Ook al hou ik mijn hart vast omdat ik weet dat overal drugs te vinden zijn en er veel geweld is in een stad. Toch wil ik mijn kinderen de verantwoordelijkheid geven om dat zelf te ontdekken. In de mate van het mogelijke natuurlijk. Tijden veranderen. Ik ben 22 jaar ouder dan jij. Dat zijn twee generaties. Toen ik 14 was, bestond er geen bancontact, geen gsm, geen internet. Maar ik miste dat niet. Het was moeilijker om af te spreken, maar het lukte.
S: Ik kan mij niet voorstellen hoe ik zou moeten leven zonder mijn gsm. Soms heb ik zelfs een tweede gsm op zak voor wanneer de batterij van de eerste gsm plat is. Zonder belwaarde zitten is mijn allergrootste angst.
Je bekijkt het archief van de categorie 'Blind date'.