HETPALEIS spreekt!
Wil je weten waar het hart van HETPALEIS klopt? Om de zoveel tijd neemt een HETPALEISbewoner je mee in de wereld van techniek, educatie, productie, communicatie of onthaal en vertelt je meer over het reilen en zeilen van een groot theaterhuis met eigen producties, coproducties, de educatieve werking en veel meer.
Er was, er is, er zal zijn … ?
Er was dat meisje. Een spierziekte dwong haar onwillige benen tussen twee looprekjes. Haar vriendjes, de ene al wat vlotter dan de ander, brachten allemaal een bezoekje aan de walvisbus. Toen de walvis water omhoog spoot, steeg er, samen met het water, een wolk van plezier de lucht in. Krukken werden opzij gelegd. Sterke armen en veilige handen van zorgzame begeleiders gaven alle kinderen een veilige plaats in de bus … langzaam zo snel als zij en wij konden.
Er was:is dus dat meisje. Haar twee looprekjes blijven buiten staan. Ze zit tussen haar vrolijke lotgenoten, op een bankje, leunend tegen een warme schouder. De kinderen glunderen, genieten, luisteren en lachen. Het verhaal in de bus is verteld en iedereen sukkelt de bus weer uit. Diezelfde sterke armen en veilige handen staan klaar en vangen op. Zij komt als laatste, want ze wil zoveel mogelijk alleen doen. Dat vraagt tijd. Ze kan verbazend veel alleen. De hele groep loopt al een paar meter voor haar uit. Bij haar gaat het gewoon wat langzamer. Dat maakt haar niet minder vrolijk. Links en rechts een looprekje, en daar huppelt ze tussenin. Ze lacht, ze zingt, ze rent vooruit en trekt bijna die twee looprekjes achter zich aan. Soms wil een been plots niet meer en dan stopt ze even, zoekt terug haar evenwicht, het juiste ritme, links, rechts, links, rechts en verder maar weer. En ze zingt, ze zingt voor zichzelf, voor haar onwillige benen, voor ons, ze zingt … dobberen, dobberen, dobberen … en ik slik en sluit haar in mijn hart.
Er was dat jongetje. Hij was klein, snel, grappig. Je merkte hem amper op! Soepel en slim schoot hij overal als een pijl uit een boog doorheen. In de klas spelen we, voor we de bus instappen, een aantal “doen alsof” spelletjes … doen alsof je bang zijn, alsof je heel sterk zijn, alsof je mooi kunt zingen enzovoort. Als de dag een beetje mistig begint, komt op dat moment de zon binnen gluren. Met een groepje kleuters ” doen alsof” kleurt je dag. Ik ben al bijna twee maanden aan het kleuren! De onbekommerde overtuiging waarmee ze “spelen” is hartverwarmend en hoopgevend.
Er was/is dus dat jongetje. Snel, slim, grappig. Zonder nadenken duikt hij in zijn wonderlijke fantasie en speelt! Wat hij dan laat zien is zo origineel en opvallend. Zelf is hij zich daar niet van bewust, hij wil niks bewijzen, hij zoekt niet naar aandacht. Het komt uit zijn diepste zelf vlot omhoog gekropen en het ontplooit zich voor mijn ogen. En het is prachtig. Ik probeer hem niet alle aandacht te geven. Er zijn twintig anderen die even hard hun best doen! Maar mijn hart barst van blijdschap en plezier om zoveel talent en humor. Bij die allerkleinsten zou ik anders nooit meteen over talent spreken, omdat het allemaal nog zo pril is en omdat ze bijna allemaal sowieso leuk en grappig zijn. Maar hij is echt bijzonder. Bij het instappen in de bus zet ik hem in mijn buurt, benieuwd naar zijn reacties tijdens het verhaal. Plots is het een klein, bang, gevoelig jongetje. Hij verroert zich niet, hij neemt het hele verhaal in zich op en kijkt en kijkt met grote ogen, 100% geconcentreerd. fantastisch, denk ik, die concentratie en aandacht, gecombineerd met zijn gevoeligheid en zijn oeverloze, slimme fantasie … daar kan een boeiend acteur uitgroeien. Zou dat lukken als je in een donker, arm stadsgedeelte woont? Als je uit een ver land komt? Als broertjes en zusjes thuis ook vechten om aandacht, eten, kleren en studiemogelijkheden?? Dat moet toch kunnen!!?
Er was dat meisje. Ze lag plat op haar rug op betonnen, vuile tegels van een veel te grote speelplaats. Een stuk of vier, vijf kinderen rolden over en tegen haar aan. En ik stond erbij en ik keek ernaar.
Er was/is dus dat meisje. Ik pluk haar van de grond, zet haar rechtop en stuur die wilde bende terug naar een ander spelletje. Het meisje duwt haar kleine handje in de mijne en blijft resoluut naast me doorstappen, niet van plan me los te laten, dat voel je aan zo’n handje. Zo loop ik met haar over de speelplaats. Ze is zo klein. Ik kan me niet voorstellen dat ze al de leeftijd heeft om in de kleuterklas te zitten. Ik vraag aan één van de verantwoordelijken hoe oud dit kleintje wel is? … dat weet ik niet, maar ze heeft geloof ik een of ander groeiprobleem … misschien een dwergske of zo …? Dit vage antwoord maakt me stil. Ik loop verder. Ik zie dat ze inderdaad kromme beentjes heeft, ze waggelt als een klein eendje. Haar hoofdje is te groot voor het kleine lijfje, haar blik te oud voor, ja, voor wat, voor een peuter, een kleuter, een kind? Ze knijpt haar ogen een beetje dicht, waardoor ze nog bozer en vijandiger alles in zich opneemt vanonder haar te grote muts met te lange flappen. Er komt geen glimlach over haar mond. Ze is kwaad, kwaad, kwaad … en stil. En vooral dat stille is beangstigend. Geen kuchje, lachje, pijntje, zuchtje, alleen dat stille kleine vijandige stappen, naast een vreemde vrouw (ik… ). Na een tijdje verdwijnt ze met een paar groteren in de massa. Ik blijf over de speelplaats lopen en bekijk met een klein hart deze harde, drukke, betonnen wereld. Plots staat ze weer voor me, ogen vol tranen, wangen vol tranen, blik boos … en stil. Ze verwacht iets van me, ik weet niet meteen wat. Ze zoekt mijn ogen, hoog boven haar. Door haar tranen heen staart ze me aan. Ik buk me zodat we op gelijke hoogte komen. Ze drukt zich tegen me aan en blijft zo staan, stil, doodstil, met altijd die woedende tranen. Ik houd haar in mijn armen en kijk hulpeloos om me heen op zoek naar iemand die dit wezentje toch beter moet kennen en troost kan bieden, iemand die haar misschien begrijpt. Niemand? … in de klas kan ze best venijnig uit de hoek komen …, zegt iemand me. De meeste kinderen kijken ook niet nààr haar, maar op haar néér, letterlijk en figuurlijk bijna. Je zou al van minder “venijnig” uit de hoek komen toch? De bel gaat en ze loopt als een klein robotje mee met de massa … die weg kent ze. Dan is ze verdwenen, opgeslokt door alles wat voor haar te groot en te snel is.
Een rijtje andere wilde wereldverbeteraars staat klaar om samen met mij naar de bus te gaan. Ik neem het kleine dwergmeisje mee in mijn hart … en hoop dat ik haar over een paar jaar tegenkom op weg naar een theaterbus of theaterzaal … en dat ze door haar eigen stilte heen gebroken is en dat ze … dat ze … lacht. Dat hoop ik echt.
Er zijn leerkrachten die vol zon en gezonde overmoed hun klasjes door de dag loodsen, hen dingen leren die ze nergens anders kunnen kopen: humor, warmte, aandacht. Het zijn mensen waar ik oneindig veel respect voor heb. Het zijn deze grote mensen die in de harten van die kleine mensen de basis leggen voor een andere maatschappij, een maatschappij waar je met elkaar praat en naar elkaar luistert, waarin je voor elkaar zorgt en waarin je je andere, verschillende zelf mag zijn.
Er is theater dat troost en verbindt, theater dat mensen samen brengt, hoe verschillend ze ook zijn, hoever hun thuisland ook is, theater dat frisse lucht blaast over de speelplaats.
Er zal zijn …
Een fijne busdag
Wat maakt een dag fijn? Niet meer zo keikoud en een meer dan warm welkom op de school. De school waar we op bezoek waren moest verhuizen naar een oud klooster. Iedereen, leerkrachten, kinderen, vrijwilligers hadden geholpen om dit nieuwe nest in te richten met als doel dat iedereen zich hier thuis voelt en hier mag en kan leren waar hij recht op heeft. Een gigantisch geslaagd verhuisproject, een energieke bende, een toekomst die lacht, een mix van kinderen waarin we onze maatschappij herkennen. Mijn hart zong: het kan dus wel, het kan dus wel, het kan, het kan lukken, we kunnen het samen ….
Motivatie stroomt door je lijf.
De bus staat al heel vroeg voor de schooldeuren. Ik heb me door het drukke verkeer geworsteld, Kennedytunnel incluis, en stap een beetje murw de school binnen. Het warme welkom, het enthousiasme van de juf, de leuke kinderen, de gezellige en rustige omgang met elkaar, het doet mijn verhitte verkeershoofd zo’n deugd . De walvisbus vertelt zijn verhaal. Na de eerste voorstelling voor kleuters van een jaar of vijf, loop ik terug naar de klas naast Joeri en Lennart. De ene stapt een beetje wijs, met zijn beide handen in zijn zakken, als een echte vent. De andere wandelt even rustig ernaast met de handen op de rug. Ik zag hen over 80 jaar nog zo samen over straat open … Het hele verhaal in de bus gaat over “alsof”, dit moet je even weten om het gesprekje van Joeri en lennert te kunnen volgen, alsof je kan zwemmen, alsof je bang bent enzovoort.
Joeri: “Dat was wel leuk in de bus hé Lennert?
Lennert: “ja hoor, ik vond het heel leuk”
Ze wandelen in stilte verder.
Joeri weer: “Maar waarom was dat eigenlijk allemaal “alsof”???
Lennert: “ Geen idee!”
Busverhaal: Warm
Een wijs grijs echtpaar, ieder een kleinkind aan de hand, haalt kaartjes af aan de balie voor De bus vol leugens. Ze zijn ruim op tijd, ze vallen me op, mooie mensen. De kinderen zijn rustig, een beetje geïntimideerd door de grote ruimte, maar daar komt snel verandering in. De oudste trekt zich los en begint rond te rennen als een jonge hond, de kleinste probeert te volgen, dit lukt niet, laat zich dus op de grond vallen en rolt van puur plezier wat heen en weer. Oma en opa zijn een beetje genegeerd, ik stel hen gerust: kinderen worden altijd enthousiast en heel vindingrijk hier in die grote ruimte, het nodigt uit tot rennen, rollen, kruipen, roepen, laat ze maar, zeg ik, zolang er weinig mensen zijn en je hen niet kwijt geraakt. Stilletjes aan druppelt de rest van het buspubliek binnen. Na het inleidend verhaaltje stapt iedereen de bus in. Oma zit op de eerste rij met een kind weg gestopt in de golf van haar arm, opa vlak daarachter met het andere kind dicht tegen zich aan. Beide kinderen kijken hun ogen uit naar het kleine spektakel, reageren heel voorzichtig, ze zijn super geconcentreerd, ze vergeten af en toe te ademen. Oma en opa volgen elke trek op hun gezichtjes, elke kleine rimpel van verandering in hun reacties. Ze kijken meer naar hun kleinkinderen dan naar het podium. De gespannen, open, glunderende gezichten van de kinderen is inderdaad een voorstelling op zich. Oma laat haar ene arm over de leuning van het bankje glijden en omarmt zo, achter haar, de knie van opa. En zo zit dit viertal een half uurtje innig verbonden gelukkig te wezen. En ik zit erbij en ik kijk ernaar. En ben even gelukkig als zij.
De bus vol leugens : dag 1
De reizigers kwamen uit Marokko, Turkije, Polen, Rusland en Afrika. Ze waren 5/6/7 jaar jong.
De bus veroorzaakte veel beziens op straat. Passanten lachten spontaan. De neerwaartse plooien op vermoeide gezichten gingen mild en langzaam de hoogte in bij het zien van onze walvisbus vol leugens. Mensen wilden even binnen gluren en vroegen nieuwsgierig wat er allemaal gebeurde.
Zo’n eerste busochtend sta je veel te vroeg op, kom je dus ook veel te vroeg aan, zit je veel te lang te wachten in een koude auto tot de bus er zelf aangereden komt. Dit allemaal uit zorg en voorzorg. De eerste keer brengt altijd onverwachte toestanden met zich mee: een kabel is te kort, een lichtje brandt niet, er is iets mis met het beeldscherm, de parkeerplaats is niet beschikbaar, de klassen zijn niet goed op de hoogte enz enz. Maar wonder boven wonder alles liep op gesmeerde rolletjes! Chauffeur, technicus Maurice moest enkel de bus ergens gaan draaien zodat de kinderen veilig de bus in konden stappen. Parkeerplaats was helemaal vrij!! De directeur was zelf paaltjes aan het plaatsen zodat er niemand toch stiekem zou parkeren. Alle afspraken met de betrokken klasjes klopten! Alle apparatuur werkte! Er kon zelfs nog even koffie gedronken worden vooraleer we van start gingen. Ondanks regen en natte kou was het een heerlijke voormiddag. De kinderen glunderden, de juffen amuseerden zich en iedereen danste de bus uit. In de klas speelde ik met de kinderen even verder. Dobberen, dobberen, dobberen, dob, dob dob … de hele klas dobberde, één held speelde Mark ( hoofdfiguur in het busverhaal) en nadat ze allemaal: één, kwee … PLONS hadden geroepen, zwom onze alsof Mark door de klas die op dat moment een alsof zee was. In de alsof zee zagen de kinderen haaien en orka’s en kwallen en slangen … er zwom zelf een kwalvis in de alsof zee! Kun je nog volgen? Nee, waarschijnlijk niet. Kom een keer naar Mark in de bus luisteren … dan leer je hoe je moet dobberen! Dan leer je alles durven. Dan ben je even terug onbekwommerd blij. Mijn verhaal voor en na de voorstelling in de bus, ik bedoel het spelen met de kinderen in de klas, komt langzaam maar zeker op gang … dit mag en kan verder groeien. Morgen een nieuw avontuur.
In HETPALEIS is het leuk en daar word je moe van.
“Hoe was je dag?”
Een vraag die je elkaar stelt als de werkuren erop zitten en je thuis je benen onder tafel schuift.
“ Ik ben moe”, antwoord je dan, moe van teveel vergaderen en dan al die stress die daarbij komt!”
Anna, 8 jaar, zit aan diezelfde tafel met dromerige ogen wat in haar soep te roeren.
“ En jouw dag, An, hoe was het bij jou? ”
“Ik ben vandaag met de klas naar HETPALEIS geweest, naar Wiejoow . Ik ben zóóó moe van al die leukheid!”
Dit was het zinnetje dat één van de kinderen me antwoordde terwijl we samen na de voorstelling de trappen afliepen: ik ben zo moe van al die leukheid! Terug thuis bleef dat zinnetje op en neer wippen in mijn hoofd, gevolgd door dit gemijmer: grote mens moe, kleine mens moe, grote mens moe van werken en stress, kleine mens moe van leukheid.
Ik wil terug klein zijn
Een pakje voor onder de kerstboom
De kinderen van het Stuivenbergplein druppelden binnen voor de try out van wiejoow. Terwijl wij, volwassenen, lachen om iets wat gebeurt op het podium, zitten de 9 jarigen ernstig en onderzoekend te kijken en vragen ze zich af hoe dit of dat in elkaar zit en waarom de spelers dit of dat zo doen. Het is raar en tegelijkertijd ook spannend voor hen. Af en toe rollen ze achterover op hun stoel van het lachen, terwijl wij dan weer rustig toekijken. Qua humor zitten kinderen en volwassenen dikwijls op een ander spoor. Door dit samen te beleven tussen de kinderen in de zaal, kan je enorm genieten van hun spontane, onbekommerde vrolijkheid. Wanneer er gekust wordt op het podium, brult de hele zaal: ééééék, vieieieiesn, baaaah! Dat is een vast gegeven. Hun uitgesproken anti-kus mening stimuleert een babbel hierover na de try out: vinden jullie kussen vies? Jaaaaaa! Waarom dan? Geen antwoord, enkel wat onhandig gegrinnik. Ik verder: Als je iemand lief vindt geef je die toch een kus … en dat is dan toch niet vies? Het antwoord blijft hangen in gekreun en elkaar aanstoten en gezichten trekken die me vertellen dat kussen vies is amen en uit! Daar moet niet over gediscussieerd worden! Maar dat is buiten deze ene kerel gerekend. Hij steekt zijn hand op, wringt zich naar voor, kijk me recht in mijn ogen en legt de volgende verklaring af : ik weet het, ik weet het … wij vinden da nu vies omda wij nog klein zijn, maar later als wij groot zijn gaan wij da zelf doen! In zijn ogen glansden lichtjes die me vertelden dat hij daar eigenlijk nu al een beetje zin in had … Doe dit antwoord maar in een pakje en leg het zachtjes onder je kerstboom.
Wiejoow zingt en klinkt
Na weken repeteren in de repetitiezaal zijn dit nu de eerste dagen op het grote podium. Dat brengt altijd een portie chaos met zich mee. De lichtontwerper is aan het zoeken naar het juiste beeld. Rekwisieten zijn nog niet volledig en worden aangepast. Kostuums zijn nog onderhevig aan veranderingen. Geluid moet afgesteld ( en dat is niet min in deze productie waarin muzikanten heen en weer rennen van het midden van het podium naar hun instrument en omgekeerd). De timing en het ritme zijn helemaal anders op de grote scene. Zolang de stress er nog niet is van ‘morgen zit er publiek in de zaal’, is dit een heel gezellig moment, voor een buitenstaander als ik toch. Maar heel vermoeiend voor de spelers. Telkens opnieuw beginnen, een beetje meer zus, een beetje vlugger zo, nu dit stuk even helemaal achter elkaar dan gaan we pas verder, dit slaan we over want dat rekwisiet is nog niet klaar en zo verder. Ik zit me in de donkere zaal te verheugen want ik voel met mijn ervaren grote teen dat het de volgende weken feest gaat zijn ons grote theaterhuis. Het mag vriezen, het mag sneeuwen, het is hier dat de kachel brandt. Zet de verwarming thuis maar af, trek de deur voor een paar uur achter je dicht en kom je verwarmen in HETPALEIS: WIEJOOW zingt, WIEJOOW klinkt!
Het is niet voor iedereen vanzelfsprekend dat de kachel brandt als het vriest
Peter en meters is een vrijwilligersorganisatie die anderstalige nieuwkomers opvangt en steunt en begeleidt via extra onderwijs in de zomerschool. ‘De vrienden van HETPALEIS’ zorgen ervoor dat deze groepen regelmatig theaterbezoeken kunnen meemaken. Meestal mag ik hen ontvangen en bereid ik hen voor op de voorstelling. De voorbije woensdag zat er een groepje van een 35tal kinderen met vader of moeder in de zaal. Een groot aantal van hen kwam uit het asielcentrum op linkeroever. Ik had, voor de voorstelling begon, de kinderen het paleis-sinterklaas-verjaardagslied aan geleerd, zodat ze dit in de zaal, bij het aantreden van de sint, volop zouden kunnen mee zingen. Ze spreken maar een paar woorden Nederlands, deze kinderen, of zelfs dat nog niet, maar ze zingen! Ze bootsen klanken na, ze kijken naar de bewegingen van mijn mond en lippen, ze luisteren heel aandachtig en ze zingen: … het is feest vandaag omdat jij verjaart! Apetrots zijn ze dan en het plezier straalt uit hun ogen. Toen de sint het podium nog niet kon betreden omdat hij zogezegd in Rusland was en het Russische verjaardagsliedje werd gezongen, zag ik één van de vrouwen plots opleven. Ze herkende haar eigen taal! Ze hoorde een Russisch liedje. Ze kon dit zelfs meezingen! Zoveel ontroering schoot er door haar heen. Haar hart begon sneller te kloppen en tranen sprongen in haar ogen. Ze drukte haar beide zoontjes stevig tegen zich aan. En zo duurde deze betovering voor haar een paar hemelse minuten. Dan verbijt je snel die krop in je keel. Je schaamt je diep. In een flits zie je en voel je de complexiteit van haar leven hier in dit vreemde land. Terug thuis in je eigen gezellige nest, in een dorp waar iedereen begrijpt wat je zegt, met vrolijke mensen om je heen, in een warm comfortabel huis waar de ijskast en de bankrekening gevuld zijn, waardoor je gul kan leven en je je beschermd weet tegen al te grote risico’s, als je dus, terug thuis, even stil staat bij wat je allemaal hebt … dan besef je heel scherp dat dit helemaal niet vanzelfsprekend is. Het is niet voor iedereen vanzelfsprekend dat de kachel brandt als het vriest.
Voor als je het koud hebt …
Zij had zacht grijze ogen en blond haar. Hij was donker, met fel bruine ogen. Vijf jaar. Ik zat dichtbij hen in de zaal tijdens het optreden van de Sint. Zij keek me de hele tijd dromerig aan, ze was er niet echt bij, leek het. Hij was drukdoenerig en deed een beetje stoer. Zij zei geen woord, ze lachte niet, ze bewoog amper. Haar grote grijze ogen leken heen en weer te zweven. Ik weet niet of ze echt iets zag. Alle kinderen zongen en riepen en dansten van plezier. Zij bleef stil. Zij dwaalde rond in een andere wereld. Misschien begreep ze helemaal niet waar het over ging? Misschien sprak ze de taal niet of misschien kende ze onze westerse kinderliedjes niet? Toen ik me, na een tijdje nog es naar haar omdraaide, zag ik dat ze zich ondertussen innig verstrengeld had met haar donker bruinogige vriend. Ze zaten hand in hand. Voor hen was het vanzelfsprekend dat dit zo moest zijn. Stevig en vol vertrouwen hielden ze elkaar vast. Verder in de rij stootten een paar kinderen elkaar aan. Ze keken verbaasd naar die twee ‘stillen’. Ze knikten met hun hoofd naar de hand – in – hand zitters. De geliefden trokken zich totaal niets aan van de commotie die ze veroorzaakten. Ze waren ervan overtuigd dat dit zo moest zijn. Drukke zwarte pieten, indrukwekkende sinterklazen, 488 lawaaierige kinderen … het kon deze prille liefde niet storen.
Daar wordt aan de deur geklopt …
De Sint is in HETPALEIS! Zijn paard neemt elke dag de lift naar de 2de verdieping richting scene. Als het prachtige paard van de sint het podium op stapt, plechtig en trots, worden de kinderen in de zaal even, heel even doodstil. Monden vallen open en gaan de eerste minuten niet meer dicht. Sommige kinderen slaan hun handen voor hun ogen en verstoppen zich achter hun vriendje. Dit is teveel, te groot, te spannend! Kleine kreetjes zweven door de zaal. Hun grote droom staat daar plots levensecht voor hun neus! De brutaalste snotaap zakt stilzwijgend diep weg in zijn stoel als Sint en Piet het podium betreden. Ze zingen en ze springen en ze zijn zoooo blij. Via die grote kinderogen kijk je recht in hun kwetsbare ziel. Met dezelfde verbazing waarmee de kinderen het hele sinterklaas gebeuren vieren bij ons in de zaal, met evenveel verbazing en verwondering kijk ik naar hén, naar hun reacties, naar de emoties die door hen heen razen tijdens dit spannende Sint avontuur. Het ene kind wipt als een dolle hond op en neer op zijn stoel en weet van opwinding niet waar blijven. Een ander kind zit als een standbeeld star voor zich uit te staren en neemt alles in stilte in zich op. Wat er op het podium gebeurt is niks bijzonders. Er worden liedjes gezongen, er wordt wat spanning geforceerd, de sint is de weg kwijt, Antwerpen ligt niet meer links, beste man, zoals vorige jaren, maar rechts! Wat er met de kinderen gebeurt … dat is magie. Met rode wangen en waterige ogen lopen ze als in een roes de trap af naar de foyer, jasjes aan en onder de vleugels van de juf terug naar school. De Sint nemen ze mee in hun hart tot het volgende jaar.
Het verwarmt en motiveert om, zo lang ik kan, met en voor hen te werken, om met rode wangen en grote ogen, op en neer wippend als een dolle hond in mijn stoel, met dit werk door te gaan. Rechts of links, lieve Sint, kinderen zijn kinderen. U vindt toch altijd de juiste weg ? Gewoon hard genoeg op de deur blijven kloppen …
Je bekijkt het archief van de categorie 'HETPALEIS spreekt!'.