Kleine Sofie
Van 10/4 tot en met 9/5 kan je komen kijken naar ‘Kleine Sofie’ (7+) van Laika, Theater FroeFroe en HETPALEIS. Momenteel zijn de repetities bezig van deze nieuwe voorstelling. Benieuwd naar alle grote en kleine verhalen van ‘Kleine Sofie’? Dramaturge Caroline Fransens houdt je op de hoogte.
Titel gezocht


(foto P. Deprez)
Er zit er altijd eentje tussen: Een try-out waarin nét niet alles misloopt. Het is een kleine week voor première. Laika en FroeFroe spelen in de Grote Zaal van HETPALEIS de eerste voorstelling voor (beperkt) publiek en het wordt al snel duidelijk dat Murphy besloten heeft zijn (geluids)wet te komen stellen. Het ene technische manco volgt ongegeneerd op het andere. Nog geen tien minuten na aanvang valt de versterking van Lange Wapper (Gert Jochems) weg. Gelukkig ziet Jochems dit als een kans om zijn contacturen van het vak ‘Spraakvaardigheid’ bij Dora van der Groen op spectaculaire wijze te verzilveren en hij steekt prompt een decibelletje bij. Wapper zit nog maar net terug op volume of Terror (Kaspar Schellingerhout) moet vaststellen dat zijn gitaar niet het minste geluid produceert. Best lastig als er net op dat moment een loeiharde gitaarsolo van je wordt verwacht. Maar Schellingerhout blijft cool en geeft een vocaal nummertje ten beste dat zijn gelijke in de muziek- en theatergeschiedenis niet kent. Yes! Angus Young eat your heart out, Schellingerhout rules! Hilariteit bij de ploeg achteraan in de zaal. Het publiek vooraan beseft niet dat het hier om een eenmalige traktatie gaat. Maar er lijkt voorlopig geen enkele kaap genomen, want plots sterft de stem van Annabella (Nele Goossens) weg. Goossens moet in inventiviteit echter niet onderdoen voor haar collega’s. Ze zet haar introductienummertje -met aparte micro- iets eerder in, waardoor het defect verdoezeld wordt en het publiek niets te kort komt. Integendeel zelfs, de royaal heupwiegende Annabella pakt ze allemaal in. Ondertussen schuift geluidsgoeroe Anton Van Haver hevig hoofdschuddend met ongeveer alle knoppen van zijn indrukwekkende tafel, maar er rest hem weinig anders dan zijn beste mensen (waaronder Maillard himself) de coulissen in te sturen om daar de getroffen zenders met bijhorende acteurs opnieuw on air te krijgen. Veel tijd om te panikeren heeft Van Haver sowieso niet, want hij moet Beer persoonlijk slurpend en soppend door een verdrinkingsscène loodsen en ook de gevechtsscène tussen Terror, Annabella en de soldaat neemt hij auditief volledig voor eigen rekening. Wanneer tegen het einde ook nog de stem van de koning verdwijnt, treedt gewenning op. Gert Dupont zet de stembanden schrap en zijn tekst komt feilloos van achter de omvangrijke buik van Zijne Majesteit tot in de zaal. Hadden we het anders verwacht? Er zit er altijd eentje tussen: Een try-out waarin nét niet alles misloopt, maar waarin vakmanschap onmiskenbaar komt boven drijven. Nu moet er alleen nog een titel voor deze aflevering gevonden worden: To Wire Or Not To Wire, The Human Voice – The Sequal, De vloek van Lady MacSofie … Dan kunnen we dit definitief klasseren.
We zijn er helemaal door
Van het begin tot het einde. Door alle verdriet en plezier. In regen en wind. Van alfa tot omega. Twee korte indrukken.
Interview met componist Peter Vermeersch


Het was zeker nooit mijn bedoeling om componist te worden. Ik had geen plan. Muziek was voor mij wel belangrijk, maar niet iets om te gaan studeren. Dat kwam niet in mij op. Aan het eind van je humaniora moet je keuzes maken. Dus werd het architectuur. En door veel toeval eigenlijk en door veel geluk ben ik in de muziek terecht gekomen. Op mijn dertigste constateerde ik: “Hmmm eigenlijk doe ik niks anders dan muziek maken, ik zal dan wel muzikant zijn.”
Ik vind dat het theater voor mij een soort van opleiding is geweest in plaats van het conservatorium. In theater moet je het gewoon doen, met de middelen die er zijn. Je leert ook je eigen smaak aan de kant te zetten. Want soms zeggen ze: “Het zou leuk zijn om iets te doen met een strijkkwartet of Tiroler-hoempapa”. Dan probeer je dat, ook al heb je dat nog nooit gedaan. Zo begin je muziek heel anders te begrijpen, je gaat muziek in sferen zien. En ook als iets functioneels. Je begint al die dingen ook heel erg te appreciëren want naar alle muziek die goed in elkaar zit, kan je ook goed naar luisteren.
Aan kinderen die muzikant willen worden, kan ik maar één ding zeggen: “Gewoon doen!” Je niet laten vangen aan wat je allemaal ziet en leest. Veel kinderen hebben die droom omdat ze op MTV van alles zien. Ik zou zeggen: “Stop ermee, kijk er niet meer naar.” Jaag geen ‘vedettendroom’ na, maar kies een instrument en amuseer u!
Ik sta zelf graag op de scène. Voor mij is dat puur amusement. Dat is ook omdat ik de partituren en het orkest in handen heb (lacht)! Maar om te zeggen: Hier is een tournee van 120 concerten op een jaar, nee, daar word ik gek van. Voor mij zijn er zo’n 30 à 40 op een jaar en dat is ruim voldoende.
Vanaf de eerste gesprekken over Kleine Sofie waren Jo en ik het eens. Dit heeft meer een soundtrack nodig dan liedjes. Uiteindelijk kozen we, heel simpel, voor één muzikant aan de piano die mee in de voorstelling zit. Dat is een beperking, maar tegelijk een oplossing. Hierdoor openen zich juist de mogelijkheden. En dan wordt het interessant. Zeker in deze voorstelling, het is een poppenkast, eigenlijk zelfs een poppenkast in een poppenkast. En door de muziek daar ook in te zetten als een element van die kinderkamer en ook van die poppenkast, is alles wat de piano doet evident. Dan kan je je ook van alles gaan permitteren. Je kan de liederen begeleiden , de sferen in de achtergrond weergeven… En je kan ook, en dat is heel belangrijk, de ‘bruitages’ gaan doen: de donder, de regen en dat komt dan allemaal uit dat ene instrument. Net zoals je geen pop ziet, maar een personage, zo hoor je geen piano, maar de wind . Dat werkt op dezelfde manier, dus in die zin vind ik het heel hard kloppen en er is daar ook geen discussie rond .
Ik ben heel benieuwd hoe kinderen op Kleine Sofie zullen reageren. Als volwassene weet je dat niet, dat is natuurlijk een beetje het probleem. Ik herinner me nog dat, toen mijn vader stierf, mijn vijfjarige dochter niet wist hoe ze zich op de begrafenis moest gedragen. Het kind had wel door dat het iets heel ernstigs was dus trok het een zeer ernstig gezicht, maar het was gespeeld. Eigenlijk vond ze het allemaal fantastisch. En dat dubbele is er altijd. Een begrafenis biedt troost en soms kan het nog een feest worden ook. Dat vind ik terug dit verhaal. Het is hard, maar ook troostend en fijn. En los daarvan: Het wordt fantastisch goed gedaan!
Ook uw knuffel wil wel eens iets meer…

Een pas opgericht Tsjechisch reisbureau biedt een service aan voor pluchen beesten. Wie wil kan zijn allerliefste knuffel op vakantie sturen naar Praag. Het reisbureau bezorgt de beer een gids die hem langs de mooiste en bekendste plekjes van Praag loodst. Na een weekje krijgt de eigenaar zijn knuffel terug via de post, mèt fotoreportage van de belevenissen van het pluchen dier. Om samen lekker te kunnen nagenieten.
(bron: een paar Vlaamse kwaliteitskranten, radiostations en websites. Jammer genoeg werd nergens een contact of url vermeld.)
EERSTE DOORLOOP VAN KLEINE SOFIE



Het duo Roets-Maillard is amper anderhalve week aan het repeteren en heeft al een doorloop gepland. Niets of niemand kan hen van gedachten doen veranderen. Zelfs geen gekantelde vrachtwagen met (of zonder?) een lading witloof op de Antwerpse ring. Gelukkig voor de regisseurs komt de takeldienst die ochtend vrij snel terug op de aanvankelijke beslissing om de groente met de hand over te laden. De spelers arriveren weliswaar met vertraging, maar na een uurtje repeteren, lijkt de verloren tijd alweer ingehaald. Iedereen bereidt zich zo op z’n eigen manier voor. Gert Dupont zoekt uit hoe hij met de camera de juiste beelden van mondgeblazen blubber maakt. Gert Jochems probeert een stoere versie van Lange Wapper en combineert zijn oranje pruik -door Maillard ook wel ‘stukske tapis plein’ genoemd- met een retro zonnebril. “Niels, waar zijn de kokosnoten voor de koets?”, vraagt Roets aan de pianist, die prompt met twee uitgeholde helften aan de slag gaat. Ondertussen vraagt Maillard aan Nele Goossens om op één van de twee torens te kruipen die het speelvlak links en rechts flankeren. “Hier komt toch nog een trap?”, probeert ze nog. “Ik zou er niet op hopen”, krijgt ze als antwoord van Maillard, die met z’n vingers blijft knippen, alsof ze daardoor spontaan zal opstijgen. De twee regisseurs overleggen nog even en dan is het zover. “Goed mannen, we gaan gewoon door, als ’t misloopt dan foefelt ge maar wat, maar we gaan gewoon door.” Na deze wijze richtlijn van Maillard neemt iedereen z’n positie in. Gert Dupont laat de blubber voor wat hij is en neemt August en De Dood ter hand. De poppenkast kan beginnen. En het loopt allesbehalve mis. Het beperkte, maar bevoorrechte publiek is getuige van ambachtelijk doorzettingsvermogen, gevoel voor precisie, maar vooral van veel fun. Als prematuur voorsmaakje van het eindresultaat zijn de eerste 38 min. en 25 sec. alvast veelbelovend.
eerste repetitiedag van Kleine Sofie


Het is opvallend druk bij Froe Froe op de eerste repetitiedag van ‘Kleine Sofie’. Wanneer iedereen er is, twee stagiaires incluis, zit er 16 man aan tafel. Wat een ploeg! En dan ontbreken de échte sterren nog: Het legertje fantastische poppen dat aan het brein van Marc Maillard en diens creatieve poppenteam is ontsproten. Als echte pareltjes groeien ze in het atelier en zullen de komende weken slechts met mondjesmaat worden prijsgegeven, om steevast -dat weten we nu al- op oooh’s een aaah’s onthaald te worden. Aan tafel ‘alleen maar’ acteurs, poppenspelers, componist, costumière, muzikant, de mannen van video, licht en geluid en de regisseurs met hun entourage (en laptop). Allen klaar voor de eerste lezing. Nu ja, ‘eerste lezing’… Laat ons zeggen: Eerste lezing van het allerlaatste script, waarvan regisseur Jo Roets meteen zegt: “Mannen, het verhaal is heilig, de tekst is dat voor mij niet!”. Goedkeurend gelach en gemompel. Opvallend wakker voor een maandagochtend -en na een paar koppen koffie, toegegeven- brengen de acteurs de tekst met veel plezier tot leven. Wanneer het doek valt, rijzen er hier en daar wat vragen, maar veel tijd om in detail te treden, hebben Maillard en Roets niet, er wacht immers een verhaal dat verteld wil worden. Na de lunch gaat de hele bende meteen de vloer op om de eerste scène onder de knie te krijgen. Voor sommigen kan dat erg letterlijk worden genomen, want met poppen spelen is een vak apart en niet iedereen heeft dit al op zijn palmares staan. Gert Jochems -Lange Wapper van dienst- laat het allerminst aan zijn hart komen. “Dit is ‘gefundenes Fressen’, mannen!”, besluit hij tevreden met aan elke hand een pop, die met z’n twee een bekakt, maar hilarisch prinsenpaar moeten voorstellen. Na Maillards snelcursus ‘Hoe hanteer ik een Froe Froe-pop?’ wil Roets wat improvisatiewerk zien. Praktische vragen als “Wie speelt hier de rechtervoet?” en “Wiens stem is dat?” sturen een en ander in de war. Aanvankelijk is het een beetje een chaotische boel die om de haverklap moet worden stilgelegd, wat aan costumière Mieja Hollevoet de opmerking “Dit lijkt wel een filmset!” ontlokt. Maar wanneer pianist Niels Verheest de opdracht krijgt om voor wat muzikale ondersteuning te zorgen, komt er plots een referentiepunt. “Doe eens een vrolijke metronoom”, roepen Maillard en Roets haast in koor. En ja hoor. Een optimistisch getik-tak brengt wat rust. “Concentratie, mannen!”, roept Roets. En we zijn vertrokken.
Je bekijkt het archief van de categorie 'Kleine Sofie'.