Interview met componist Peter Vermeersch

Het was zeker nooit mijn bedoeling om componist te worden. Ik had geen plan. Muziek was voor mij wel belangrijk, maar niet iets om te gaan studeren. Dat kwam niet in mij op. Aan het eind van je humaniora moet je keuzes maken. Dus werd het architectuur. En door veel toeval eigenlijk en door veel geluk ben ik in de muziek terecht gekomen. Op mijn dertigste constateerde ik: “Hmmm eigenlijk doe ik niks anders dan muziek maken, ik zal dan wel muzikant zijn.”

Ik vind dat het theater voor mij een soort van opleiding is geweest in plaats van het conservatorium. In theater moet je het gewoon doen, met de middelen die er zijn. Je leert ook je eigen smaak aan de kant te zetten. Want soms zeggen ze: “Het zou leuk zijn om iets te doen met een strijkkwartet of Tiroler-hoempapa”. Dan probeer je dat, ook al heb je dat nog nooit gedaan. Zo begin je muziek heel anders te begrijpen, je gaat muziek in sferen zien. En ook als iets functioneels. Je begint al die dingen ook heel erg te appreciëren want naar alle muziek die goed in elkaar zit, kan je ook goed naar luisteren.

Aan kinderen die muzikant willen worden, kan ik maar één ding zeggen: “Gewoon doen!” Je niet laten vangen aan wat je allemaal ziet en leest. Veel kinderen hebben die droom omdat ze op MTV van alles zien. Ik zou zeggen: “Stop ermee, kijk er niet meer naar.” Jaag geen ‘vedettendroom’ na, maar kies een instrument en amuseer u!

Ik sta zelf graag op de scène. Voor mij is dat puur amusement. Dat is ook omdat ik de partituren en het orkest in handen heb (lacht)! Maar om te zeggen: Hier is een tournee van 120 concerten op een jaar, nee, daar word ik gek van. Voor mij zijn er zo’n 30 à 40 op een jaar en dat is ruim voldoende.

Vanaf de eerste gesprekken over Kleine Sofie waren Jo en ik het eens. Dit heeft meer een soundtrack nodig dan liedjes. Uiteindelijk kozen we, heel simpel, voor één muzikant aan de piano die mee in de voorstelling zit. Dat is een beperking, maar tegelijk een oplossing. Hierdoor openen zich juist de mogelijkheden. En dan wordt het interessant. Zeker in deze voorstelling, het is een poppenkast, eigenlijk zelfs een poppenkast in een poppenkast. En door de muziek daar ook in te zetten als een element van die kinderkamer en ook van die poppenkast, is alles wat de piano doet evident. Dan kan je je ook van alles gaan permitteren. Je kan de liederen begeleiden , de sferen in de achtergrond weergeven… En je kan ook, en dat is heel belangrijk, de ‘bruitages’ gaan doen: de donder, de regen en dat komt dan allemaal uit dat ene instrument. Net zoals je geen pop ziet, maar een personage, zo hoor je geen piano, maar de wind . Dat werkt op dezelfde manier, dus in die zin vind ik het heel hard kloppen en er is daar ook geen discussie rond .

Ik ben heel benieuwd hoe kinderen op Kleine Sofie zullen reageren. Als volwassene weet je dat niet, dat is natuurlijk een beetje het probleem. Ik herinner me nog dat, toen mijn vader stierf, mijn vijfjarige dochter niet wist hoe ze zich op de begrafenis moest gedragen. Het kind had wel door dat het iets heel ernstigs was dus trok het een zeer ernstig gezicht, maar het was gespeeld. Eigenlijk vond ze het allemaal fantastisch. En dat dubbele is er altijd. Een begrafenis biedt troost en soms kan het nog een feest worden ook. Dat vind ik terug dit verhaal. Het is hard, maar ook troostend en fijn. En los daarvan: Het wordt fantastisch goed gedaan!

Leave a Reply