De meeuw is dood, leve de meeuw: elkaars moedervlek

In De meeuw worden twee generaties tegenover elkaar geplaatst. Kostja is de zoon van Arkadina en walgt van het oubollige, vastgeroeste theater waar zij voor leeft. Arkadina’s wereld draait rond roem, geld, faam, feestjes, bekendheid en beroem zijn. Maar het is een luchtbel en Kostja doorprikt die. Hij wil puurheid en waarachtigheid in het theater. En in het leven. Wanneer hij zijn zelfgeschreven theatertekst door Nina laat spelen, wordt hij compleet belachelijk gemaakt door zijn moeder en haar entourage. “Stel je voor,” zegt Dirk, “wat moet het niet geweest zijn: de eerste voorstelling van de Blauwe Maandag Compagnie voor een burgerlijk KNS publiek.” Een nieuwe stroming breekt niet zomaar door de stevige dammen van het gevestigde theater.
Kostja en zijn moeder verblijven op het landhuis van Sorin, Arkadina’s broer en gewezen staatsraad, aan een groot meer. De idealistische Kostja is hartstochtelijk verliefd op Nina, een meisje dat uit een zeer welgestelde burgerfamilie komt en op een landgoed vlakbij Sorin woont. Haar vader en stiefmoeder moeten niets weten van die decadente bohemiens van een acteurs die bij Sorin rondlopen. Nina spreekt stiekem met Kostja af aan het meer. Zij wil actrice worden en ‘als een meeuw’ wordt zij aangetrokken tot het meer en tot Kostja en zijn familie. In het begin van het stuk speelt Nina de tekst van Kostja voor de mensen op het landgoed, die haar voor de eerste keer ontmoeten. Trigorin, minnaar van Arkadina en beroemd schrijver, voelt zich meteen aangetrokken tot Nina en hij overweldigt haar met zijn charme. Kostja is woest. Zijn toneelstuk stuit op een muur van onbegrip en zijn grote liefde wordt verblind door de roem die hij net uit de weg wil gaan. Op het landhuis bij Sorin werkt Sjamrajev, luitenant op rust, als rentmeester. Hij woont met zijn vrouw Polina en dochter Masja in een bijhuis op het landgoed. Polina heeft echter al twintig jaar een ‘geheime’ relatie met dokter Dorn, een oude jeugdvriend van Sorin die daar ook altijd rondhangt. Masja is verschrikkelijk verliefd op Kostja en ver‘drinkt’ haar onbeantwoorde liefde. Mjedvjedjenko, schoolmeester, wil dan weer trouwen met Masja en wandelt elke dag 7 km heen en terug naar het landgoed om haar te zien. Dirk Tanghe regisseert De meeuw als een heet hangijzer, vol kapotgeslagen liefdes en pathetische passie.
Dirk neemt uitgebreid de tijd om de acteurs met de personages te laten kennis maken. Hij verwacht dat de acteurs hun personages door en door kennen zodat ze echt worden, waarachtig. De personages in De meeuw kennen elkaar al heel lang en dus praten ze anders met elkaar dan mensen die elkaar nog maar net kennen. “Je moet elkaars moedervlek weten zijn,” zo zegt Dirk, “je moet weten wat de zwakke plekken en de sterke kanten zijn van je eigen personage en die van de anderen.” Elke repliek vult Dirk in met een complete achtergrond. Hij zet elke zin en elk personage in perspectief. En hij laat de acteurs over elk stuk tekst nadenken: is het warm of koud op dat moment? Heb je honger? Heb je weer te veel gedronken? Misschien heb je net 7 km gewandeld en heb je blaren? Waarom zeg je dat zo en niet anders? Waarom zeg je dat tegen die en niet tegen die? En dat maakt het écht.
Hij vraagt de acteurs ook bij dicht bij zichzelf te blijven tijdens het spelen. “Geen gedeclameer. Geen valse tranen. Dan liever geen tranen. Niet in de coulisse aan uw dood hondje liggen denken om seffens in tranen op te kunnen te komen! Tsjak, ín de emotie en tsjak er weer uit. En alstublieft hé zeg, weet wat je zegt! Meen het!”
Als hij zijn regie uitlegt aan ons, dan is hij ook écht. Hij gaat er zo in op dat hij vergeet wie en waar hij is. Als hij bij het vierde bedrijf komt, drupt het zweet langs zijn hoofd naar beneden. “En dan muziek! Stop! Sssjt, stilte, even niks, af en toe hoor je iemand ‘hahaha’ dan weer niks, een glas dat schuift, meeuwen die opvliegen, Kostja roept, zijn moeder lacht, Kostja roept nogmaals,” ondertussen staat Dirk bijna bovenop zijn stoel en dirigeert én speelt hij het hele stuk in zijn eentje voor ons, “muziek, zwelt aan, windmachine, kussens kapot gescheurd en veren in de lucht, rookmachine, tegenlicht, schaduwen en dan plots ….” Hij sluit zijn ogen en valt in zijn stoel. Het is lang stil. Hij ziet er slecht uit. Kapot. Voorzichtig oppert Jo: “Het lijkt wel of je zelf echt gestorven bent.” Dirk excuseert zich en moet even naar buiten voor frisse lucht. Ik stel me hem voor op een stoel aan de dienstingang van HETPALEIS. Leeg. Een meeuw vliegt voorbij.

(c) Ingrid De Mecheleer

In De meeuw worden twee generaties tegenover elkaar geplaatst. Kostja is de zoon van Arkadina en walgt van het oubollige, vastgeroeste theater waar zij voor leeft. Arkadina’s wereld draait rond roem, geld, faam, feestjes, bekendheid en beroem zijn. Maar het is een luchtbel en Kostja doorprikt die. Hij wil puurheid en waarachtigheid in het theater. En in het leven. Wanneer hij zijn zelfgeschreven theatertekst door Nina laat spelen, wordt hij compleet belachelijk gemaakt door zijn moeder en haar entourage. “Stel je voor,” zegt Dirk, “wat moet het niet geweest zijn: de eerste voorstelling van de Blauwe Maandag Compagnie voor een burgerlijk KNS publiek.” Een nieuwe stroming breekt niet zomaar door de stevige dammen van het gevestigde theater.

Kostja en zijn moeder verblijven op het landhuis van Sorin, Arkadina’s broer en gewezen staatsraad, aan een groot meer. De idealistische Kostja is hartstochtelijk verliefd op Nina, een meisje dat uit een zeer welgestelde burgerfamilie komt en op een landgoed vlakbij Sorin woont. Haar vader en stiefmoeder moeten niets weten van die decadente bohemiens van een acteurs die bij Sorin rondlopen. Nina spreekt stiekem met Kostja af aan het meer. Zij wil actrice worden en ‘als een meeuw’ wordt zij aangetrokken tot het meer en tot Kostja en zijn familie. In het begin van het stuk speelt Nina de tekst van Kostja voor de mensen op het landgoed, die haar voor de eerste keer ontmoeten. Trigorin, minnaar van Arkadina en beroemd schrijver, voelt zich meteen aangetrokken tot Nina en hij overweldigt haar met zijn charme. Kostja is woest. Zijn toneelstuk stuit op een muur van onbegrip en zijn grote liefde wordt verblind door de roem die hij net uit de weg wil gaan. Op het landhuis bij Sorin werkt Sjamrajev, luitenant op rust, als rentmeester. Hij woont met zijn vrouw Polina en dochter Masja in een bijhuis op het landgoed. Polina heeft echter al twintig jaar een ‘geheime’ relatie met dokter Dorn, een oude jeugdvriend van Sorin die daar ook altijd rondhangt. Masja is verschrikkelijk verliefd op Kostja en ver‘drinkt’ haar onbeantwoorde liefde. Mjedvjedjenko, schoolmeester, wil dan weer trouwen met Masja en wandelt elke dag 7 km heen en terug naar het landgoed om haar te zien. Dirk Tanghe regisseert De meeuw als een heet hangijzer, vol kapotgeslagen liefdes en pathetische passie.

Dirk neemt uitgebreid de tijd om de acteurs met de personages te laten kennis maken. Hij verwacht dat de acteurs hun personages door en door kennen zodat ze echt worden, waarachtig. De personages in De meeuw kennen elkaar al heel lang en dus praten ze anders met elkaar dan mensen die elkaar nog maar net kennen. “Je moet elkaars moedervlek weten zijn,” zo zegt Dirk, “je moet weten wat de zwakke plekken en de sterke kanten zijn van je eigen personage en die van de anderen.” Elke repliek vult Dirk in met een complete achtergrond. Hij zet elke zin en elk personage in perspectief. En hij laat de acteurs over elk stuk tekst nadenken: is het warm of koud op dat moment? Heb je honger? Heb je weer te veel gedronken? Misschien heb je net 7 km gewandeld en heb je blaren? Waarom zeg je dat zo en niet anders? Waarom zeg je dat tegen die en niet tegen die? En dat maakt het écht.

Hij vraagt de acteurs ook bij dicht bij zichzelf te blijven tijdens het spelen. “Geen gedeclameer. Geen valse tranen. Dan liever geen tranen. Niet in de coulisse aan uw dood hondje liggen denken om seffens in tranen op te kunnen te komen! Tsjak, ín de emotie en tsjak er weer uit. En alstublieft hé zeg, weet wat je zegt! Meen het!”

Als hij zijn regie uitlegt aan ons, dan is hij ook écht. Hij gaat er zo in op dat hij vergeet wie en waar hij is. Als hij bij het vierde bedrijf komt, drupt het zweet langs zijn hoofd naar beneden. “En dan muziek! Stop! Sssjt, stilte, even niks, af en toe hoor je iemand ‘hahaha’ dan weer niks, een glas dat schuift, meeuwen die opvliegen, Kostja roept, zijn moeder lacht, Kostja roept nogmaals,” ondertussen staat Dirk bijna bovenop zijn stoel en dirigeert én speelt hij het hele stuk in zijn eentje voor ons, “muziek, zwelt aan, windmachine, kussens kapot gescheurd en veren in de lucht, rookmachine, tegenlicht, schaduwen en dan plots ….” Hij sluit zijn ogen en valt in zijn stoel. Het is lang stil. Hij ziet er slecht uit. Kapot. Voorzichtig oppert Jo: “Het lijkt wel of je zelf echt gestorven bent.” Dirk excuseert zich en moet even naar buiten voor frisse lucht. Ik stel me hem voor op een stoel aan de dienstingang van HETPALEIS. Leeg. Een meeuw vliegt voorbij.

Jelte Van Roy (assistentie regie bij De meeuw, van 14/9 t/m 13/10/2012 in De Grote zaal van HETPALEIS)

Leave a Reply